De Vlaamse Milieumaatschappij volgt een viertrapsstrategie tegen overstromingen. Vooreerst wordt getracht de wateroverlast maximaal brongericht te voorkomen. Dit gebeurt via allerhande kleinschalige maatregelen om het water zoveel mogelijk te laten infiltreren in de bodem en het regenwater niet via het rioleringssysteem af te voeren. Een bijkomend instrument als de watertoets draagt ook preventief bij tot het inperken van de schade bij overstromingen.
Ten tweede wordt het water maximaal opgehouden in de vallei via de aanleg van bijvoorbeeld gecontroleerde overstromingsgebieden. Kortom, we geven aan de rivier terug ruimte.
De derde trap is het aanleggen van nieuwe infrastructuur. In bepaalde gevallen is het nodig om extra beveiliging te creëren door de aanleg van wachtbekkens, ringdijkjes of pompstations.
De laatste trap in onze strategie betreft het voorspellen van en waarschuwen voor aankomende wateroverlast.
Ondanks alle inspanningen om schade in de valleien te voorkomen, kunnen we niet alle overstromingen tegenhouden of voorzien. Immers, vroeg of laat komt opnieuw die extreme neerslag waarbij alle wachtbekkens en valleien hun maximale vullingscapaciteit zullen bereiken. Om de schade dan te minimaliseren, is het van belang dat zowel de burgers, de waterbeheerders als de hulp- en crisisdiensten tijdig en accuraat geïnformeerd worden over de aankomende overstroming.
Vroeger was het vaak de burger die met natte voeten wakker werd en de hulpdiensten verwittigde. In een aantal gevallen was ondertussen de schade al geleden. Bij aanhoudende regen informeerden de hulpdiensten zich vroeger bij de waterbeheerders over de actuele toestand van bijvoorbeeld de wachtbekkens of de verwachte toestand van de waterlopen. Met de overstromingsvoorspeller kan de Vlaamse Milieumaatschappij voortaan de hulpdiensten zelf inlichten over de actuele én voorspelde toestand op de onbevaarbare waterlopen in Vlaanderen, nog vóór de problemen zich voordoen..