De Vlaamse Milieumaatschappij voorspelt de mogelijkheid en het verloop van overstromingen op de onbevaarbare waterlopen in Vlaanderen. Het gaat hierbij zowel over lokale overstromingen als over regionale overstromingen waarbij valleien in één of meerdere hydrografische bekkens overstromen.
Lokale overstromingen
Lokale overstromingen doen zich meestal voor naar aanleiding van zomeronweders waarbij de intense neerslag niet snel genoeg kan afgevoerd worden door het rioolstelsel en de kleinere onbevaarbare waterlopen.
Voor dit type van overstromingen analyseren de overstromingsvoorspellers permanent de gebiedsneerslag die reeds gevallen is en die nog verwacht wordt op 1346 kleine stroomgebieden die het ganse Vlaamse grondgebied dekken (SRM-zones). Continu wordt bewaakt of in één van deze gebieden een vijftal neerslag-drempelwaarden al dan niet overtroffen (zullen) worden. Bijkomend wordt het specifiek debiet voorspeld dat ook getoetst wordt aan drempelwaarden. Eenzelfde hoeveelheid neerslag zal in verstedelijkt gebied immers een grotere oppervlakkige afvoer veroorzaken, waarbij de kans op plaatselijke wateroverlast groter is.
Lokale overstromingen (uitgezonderd deze op rioolstelsels) worden bewaakt door OBM-Centrale, met vereenvoudigde, hydrologische modellen. Het spreekt voor zich dat de waarschuwingstijd zeer kort – tot soms onbestaande – is.
Regionale overstromingen
Regionale overstromingen kunnen over grotere oppervlakten overlast veroorzaken en komen meestal voor na periodes van langdurig veel neerslag. Om bij dit type overstromingen gedetailleerd te kunnen voorspellen vanaf wanneer en tot waar het zal overstromen, dient de waterstand voorspeld te worden. Idealiter wordt hierbij gebruik gemaakt van een hydraulisch model dat meteen ook toelaat om de stroming over de oevers of de vulling van wachtbekkens te voorspellen en het effect van falen van infrastructuur in te schatten. Voor het IJzerbekken gebeuren deze berekeningen door OBM-IJzer, voor het Denderbekken door OBM-Dender, voor het Dijlebekken door OBM-Dijle en voor het Demerbekken door OBM-Demer. De VMM werkt momenteel aan de uitbreiding van deze gedetailleerde voorspellingssystemen; in de loop van 2013 zullen deze voor heel Vlaanderen beschikbaar worden gemaakt.
Ook zonder hydraulisch model kunnen regionale overstromingen (vereenvoudigd) voorspeld worden. De voorspelde debieten ter hoogte van alle meetpunten op de onbevaarbare waterlopen worden met het geldige QH-verband eerst omgerekend naar voorspelde waterstanden. Deze berekeningen gebeuren eveneens door OBM-Centrale.
Alle voorspelde waterstanden worden vervolgens getoetst aan drempelwaarden. Er zijn (pre-)waak- en alarm-drempelwaarden gedefinieerd aan de hand van historische meetreeksen en modelberekeningen. Het overschrijden van een (pre-)waakpeil komt overeen met het begin van een overstroming, waarbij bebouwing nog buiten gevaar blijft, of het in werking treden van de waterbeheersingsinfrastructuur zoals wachtbekkens. Het verschil tussen een pre-waak en een waak toestand zit hem in het tijdstip: pre-waak treedt op wanneer een dergelijke overschrijding of inwerkingtreding voorspeld wordt, waak treedt op als een dergelijke overschrijding of inwerkingtreding reeds een feit is (lees: in het verleden ligt). Wanneer het alarmpeil bereikt wordt, kunnen er overstromingen beginnen optreden op plaatsen waar dit wel voor overlast kan zorgen zoals in woongebieden.