De gebiedsneerslag is een neerslagreeks die gegenereerd wordt voor een bepaald (meet)punt in een waterloop en benadert zo nauwkeurig mogelijk de totale neerslag die gevallen is in het gebied dat afwatert naar dat punt in de waterloop. De gebiedsneerslag wordt in de overstromingsvoorspellers op verschillende manieren samengesteld, afhankelijk van de best beschikbare informatie op elk moment. De gebiedsneerslag wordt in de systemen gebruikt als input van hydrologische modellen, die de neerslagreeks kunnen omrekenen naar een debietreeks ter hoogte van het meetpunt. Gebiedsneerslag wordt soms ook PDM-neerslag genoemd omdat hier het hydrologische PDM-model gebruikt werd.
Een herhalingsperiode geeft de kans aan waarmee een bepaalde gebeurtenis kan plaatsvinden. Dit wordt meestal uitgedrukt in jaren. De kans dat een gebeurtenis met herhalingsperiode van 5 jaar gaat voorkomen is 2 keer groter dan de kans dat een gebeurtenis met een herhalingsperiode van 10 jaar kan voorkomen.
Een hydraulisch model bevat alle topografische data van een waterloop en zijn vallei evenals van de kunstwerken op de waterloop zoals overwelvingen, bruggen, wachtbekkens, stuwen, etc. Dit model wordt gevoed met debietreeksen uit hydrologische modellen. Het hydraulisch model berekent de voortschrijding van het debiet in de waterloop en in de vallei, alsook de bijhorende waterstanden en stroomsnelheden. Het hydraulisch model kan hiermee overstromingskaarten genereren.
Vlaanderen telt 11 hydrografische bekkens of stroomgebieden. Van west naar oost zijn dat de bekkens van de IJzer, de Brugse Polders, de Leie, de Gentse Kanalen, de Bovenschelde, de Dender, de Benedenschelde, de Dijle en Zenne, de Nete, de Demer en de Maas.
Een hydrologisch model of een neerslagafvoermodel is een model dat een relatie beschrijft tussen neerslag en evapotranspiratie in een stroomgebied enerzijds en de afstroming naar de waterloop anderzijds. Het hydrologisch model wordt getoetst aan een gemeten debietreeks en wordt nadien gebruikt om neerslagreeksen om te rekenen naar debietreeksen.
Verzamelnaam voor meetposten aan artificiële installaties op waterlopen zoals klepstuwen, schuiven en pompstations.
Een limnigraaf is een toestel dat de waterstand in een rivier meet en registreert. Aan de hand van stroomsnelheidsmetingen wordt ter hoogte van de limnigraaf vaak een QH-verband opgesteld, een relatie tussen waterstand en debiet. Dit QH-verband laat toe de tijdreeks van de waterstand om te rekenen naar een tijdreeks van debiet ter hoogte van de limnigraaf.
Een neerslagmeter of pluviograaf is een toestel dat de neerslag meet. Meestal bevat de neerslagmeter een logger die de verdeling van de neerslag in de tijd registreert. De referentie-pluviografen van VMM meten met gebruik van een weegschaal in de plaats van het oudere kantelbaksysteem. Dit is een duurdere, maar meer nauwkeurige meetmethode.
Dit zijn neerslagtijdreeksen afkomstig van neerslagradars. Dit wordt bekomen doordat een radarantenne een pulsvormig radiosignaal uitzendt dat voor een deel door neerslag wordt weerkaatst. Uit de richting van de antenne en uit de tijd die verloopt tussen het uitzenden van de puls en de ontvangst van de echo's volgt de positie van neerslaggebieden. De voorspellingssystemen van VMM werken met een composietbeeld (samengesteld beeld) van drie radars, één in Zaventem (Belgocontrol), één in Libramont-Wideumont (KMI) en één in Avesnois in Noord-Frankrijk (Météo France).
OBM is een afkorting voor Operationeel Bekken Model. Het is de technische term in gebruik bij de VMM voor de verzameling van systemen die real-time voorspellingen van overstromingen mogelijk maken. Ze worden gevoed door verschillende bronnen van metingen en neerslagvoorspellingen en rekenen deze om met hydrologische en hydraulische modellen. OBM-Centrale rekent met hydrologische modellen; OBM-IJzer, OBM-Dender, OBM-Dijle en OBM-Demer rekenen met hydraulische modellen.
De waterlopen in Vlaanderen zijn onderverdeeld in een aantal categorieën. Vooreerst zijn er de bevaarbare waterwegen en kanalen beheerd door entiteiten binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW). Daarnaast zijn er de onbevaarbare waterlopen die onderverdeeld worden in deze van 1°, 2° en 3° categorie. VMM – afdeling Operationeel Waterbeheer beheert de Vlaamse onbevaarbare waterlopen van eerste categorie. Dit wil zeggen onbevaarbare waterlopen met een brongebied van tenminste 5000 ha. De 2° categorie waterlopen worden beheerd door de Provincies en de 3° categorie waterlopen worden beheerd door de gemeenten.
De operator is de persoon verantwoordelijk voor het evalueren en interpreteren van de overstromingsvoorspellingen. Van elke overgang naar de waak- of alarmtoestand in één van de 11 hydrografische bekkens wordt de operator per SMS verwittigd. Hij of zij beslist of een overstromingsvoorspelling van dien aard is dat de hulpdiensten en betrokken besturen moeten gewaarschuwd worden.
PDM is de afkorting van Probability Distributed Moisture model. Dit is het hydrologische model waarmee gewerkt wordt in de overstromingsvoorspellers van de VMM.
Wiskundige vergelijking die toelaat om debieten (Q) om te rekenen naar peilen (H) en omgekeerd. Deze vergelijking moet apart opgesteld worden per meetstation.
Een retourperiode of herhalingsperiode wordt meestal uitgedrukt in jaren en geeft de kans aan dat er een bepaalde gebeurtenis zal plaatsvinden in de toekomst. De kans dat een gebeurtenis met retourperiode van 5 jaar in de komende 10 jaar gaat voorkomen is 2 keer zo groot dan de kans dat een gebeurtenis met retourperiode van 10 jaar in de komende 10 jaar zal voorkomen.
Het specifiek debiet wordt bekomen door het debiet op een bepaalde locatie te delen door de stroomopwaartse oppervlakte die naar deze locatie afstroomt. Het wordt meestal uitgedrukt in l/s/ha.
Een SRM-zone is een deelstroomgebied waarvoor in OBM-Centrale een specifiek debiet van de oppervlakkige afstroming berekend wordt. Het specifieke debiet wordt berekend aan de hand van neerslagvoorspelling, bodemeigenschappen, landgebruik en de topografie in het deelstroomgebied.
De tweede algemene waterpassing is een referentie voor hoogtemetingen in België en refereert naar hoogteaanduidingen boven zeeniveau. Alle hoogtewaarden in de opmetingen van de waterlopen en hun valleien en alle waterstanden worden uitgedrukt volgens dit referentiestelsel. Het gebruik van dit referentiestelsel wordt aangeduid door de notatie m TAW.
Punt waar waterstandsvoorspellingen op basis van een hydraulisch model worden getoond. Voorlopig worden voorspellingspunten enkel weergegeven in de bekkens met detailvoorspellingen (indien aangevinkt onderaan de kaart): het IJzerbekken, het Denderbekken, het Dijle- en Zennebekken en het Demerbekken .
Een waterstandmeter of limnigraaf is een toestel dat het waterpeil in een rivier meet en registreert. Aan de hand van stroomsnelheidsmetingen wordt ter hoogte van de limnigraaf vaak een QH-verband opgesteld, een relatie tussen waterpeil en debiet. Dit QH-verband laat toe de tijdreeks van het waterpeil om te rekenen naar een tijdreeks van debiet ter hoogte van de limnigraaf.
De watertoets beoordeelt of een initiatief (de bouw van een huis, aanleg van een straat) schadelijke effecten veroorzaakt aan de omgeving als gevolg van een verandering in de toestand van het oppervlaktewater, het grondwater of de waterafhankelijke natuur.
Meer uitleg vindt u op: www.watertoets.be